Kunst in de Horeca – Hotels en restaurants als galerie?

Jonge mensen kopen kunst

Liever kunst dan een nieuwe bank.

Twintigers die kunst kopen? Ze zijn er. Ze houden van kunst en weten niet of het later iets waard zal zijn.
„Dan leef je zes maanden moeilijk maar geniet je er wel de rest van je leven van.”

Al zes maanden zocht de Amsterdamse kunstverzamelaar Freddy Insinger (26) bijna obsessief naar een werk van de overleden Amerikaanse kunstenaar Dash Snow. Maar het beschikbare werk was te duur en bij een online veiling werd hij op het laatste moment overboden. Tot hij op een dag een tip kreeg van een bevriende art consultant. „Ik denk dat ik iets voor je heb.”

‘Hell’, één van de meest iconische foto’s die Snow maakte (van een nachtelijk tankstation) en waarvan er maar vijf in de wereld bestaan, was te koop in Zwitserland. Insinger regelde een auto, en belandde na een rit van dertien uur aan de keukentafel van een bekende verzamelaar. De deal werd gesloten, het werk kwam in zijn handen.

Insinger is niet de enige. Hij behoort tot een nieuwe generatie van Nederlandse kunstverzamelaars. Het zijn twintigers en dertigers, die bijeenkomen op evenementen of kunstbeurzen. Ze volgen workshops ‘collectioneren’, zijn lid van een museale jongerenclub en online actief. Wie zijn deze mensen en wat drijft ze?

In haar omgeving merkt Nienke van der Wal (37) dat generatiegenoten bereid zijn om kunst te kopen. „Maar ze willen zo veel: ze willen ook een huis of op reis. Kunst komt onderaan het lijstje, omdat het ‘moeilijk’ is. En het verzamelen heeft een oud en grijs imago.” Daarom richtte ze vorig jaar de Young Collectors Circle op: een online platform met onder meer een maandelijkse salon in het populaire The Hoxton hotel aan de Amsterdamse Herengracht. „Ik wil laten zien dat het leuk en spannend is om te verzamelen.”

Ook fotografiemuseum Foam organiseert verzamelworkshops en het thema kunst verzamelen staat geregeld op de agenda van Young Stedelijk, de jonge filantropenclub van het Stedelijk Museum.

Toen Freddy Insinger begon met verzamelen – op zijn dertiende kocht hij z’n eerste werk, street art – bestonden dit soort clubs nog niet. Maar hij leerde dat je met nieuwsgierigheid een heel eind komt. „Het kan ongemakkelijk voelen om een galerie binnen te stappen, zo’n grote ruimte. Maar ik merkte dat galeriehouders vanuit hun passie heel welwillend zijn om te vertellen. Ook al koop je 99 van de 100 keer niets.”

Met bijbaantjes kon je als puber kopen

Met bijbaantjes kon hij als puber betaalbare kunst, zoals fotografie, blijven kopen. En met de jaren breidde hij zijn netwerk uit. „Op een gegeven moment krijg je uitnodigingen voor openingen en borrels.” Nu steekt hij (brand consultant van beroep) „alle vrije tijd” in het verzamelen. Dagelijks spreekt hij met kunstenaars, galeriehouders en andere verzamelaars van over de hele wereld. „Zodra ik een kunstenaar of werk op mijn radar krijg, bijt ik me er in vast.”

Ook Nick Terra (26) en Julia Mullié (22) uit Amsterdam gaan vrij ver voor hun verzameling. „Sommige weken is het afzien. Dan hebben we alleen nog geld voor brood met pindakaas en pannenkoeken. Nieuwe kleren of een drankje doen, zit er dan niet in en ook als het regent nemen we de fiets”, vertelt Mullié. Van hun maandelijkse inkomen gaat „alles wat niet aan eten en huur opgaat” op aan kunstboeken, kunst kopen en bekijken.

De 85 werken die ze tot nu toe verzamelden (waarvan 60 ‘uniek’) passen niet allemaal in hun appartement van 30 vierkante meter; een deel staat bij hun (schoon)ouders. En om de paar maanden veranderen ze de samenstelling, zodat elk werk aan bod komt.

Terra (werkzaam bij galerie Fons Welters) en Mullié (assistent-curator bij de Vleeshal in Middelburg) leerden elkaar op Twitter kennen, via hun gemeenschappelijke culturele interesse. In hun relatie moedigen ze elkaar aan om te kopen. Mullié: „Onze vakanties staan in het teken van kunst. Dan gaan we bijvoorbeeld naar de Biënnale in Venetië of op studiobezoek in New York”. Ze doen niet mee aan het wereldje van de culturele clubs, maar onderhouden een eigen netwerk. „We organiseren vaak etentjes met bevriende jonge kunstenaars en verzamelaars”, zegt Terra.

Met veel galeriehouders treffen ze een afbetalingsregeling, wat niet ongebruikelijk is in de galeriewereld. En soms worden ze door kunstenaars gematst: eens kregen ze een tweeluik voor de prijs van één. Volgens Terra is het af en toe op een houtje bijten het allemaal waard. „Dan leef je zes maanden moeilijk, maar geniet je de rest van je leven wel van het kunstwerk.”

Voor de meeste jonge verzamelaars komt de belangstelling voor kunst niet uit de lucht vallen. Een groot deel is door ouders al op jonge leeftijd gestimuleerd om kunst te kopen, of kreeg bij de geboorte een werk cadeau. „Het is mij met de paplepel ingegoten. Mijn ouders namen me als kind mee naar galeries en op mijn zesde mocht ik mijn eerste werk uitzoeken”, vertelt Anne Colenbrander (36), projectmanager bij World Press Photo. Het werd een zeefdruk van een dame met cactus, in primaire kleuren, van Charlotte Mutsaers.

Je hoeft niet rijk te zijn

Voor het verzamelen van kunst hoef je niet perse rijk te zijn. Mette Samkalden (30), This Art Fair-organisator uit Amsterdam, kocht als student al werken van haar studiefinanciering. „Mensen geven makkelijk duizend euro uit aan een nieuwe bank, en die gaat niet eens altijd mee bij de verhuizing.” In ruil voor zakelijk advies of het helpen van een subsidieaanvraag krijgt ze regelmatig werken van bevriende kunstenaars.

Wat de jonge verzamelaars unaniem als verschil aangeven met de oudere generatie is de invloed van internet. Ze sturen de kunstenaars direct een bericht op Facebook of Instagram: kan ik van je kopen? Zou je dit voor me kunnen maken? Zo neemt de afhankelijkheid van de galerie af. Daarbij zijn er hip vormgegeven sites waarop internationale jonge verzamelaars elkaar ontmoeten, zoals Independent Collectors uit Berlijn, waarop je een profiel kunt aanmaken.

Markus Praat (28) uit Haarlem speelt in op deze online wereld. Hij is mede-oprichter van New Chique Gallery, „een start-up voor jonge verzamelaars”. Het is een online galerie – met af en toe een offline expositie – waar ze zeefdrukken en werken in oplages verkopen van 28 kunstenaars voor maximaal 150 euro. „We zijn hiermee in een niche gekropen. Voor de prijs van een Ikea-canvas koop je bij ons een werk.”

Een ander groot verschil: de waarde van de collecties van jonge verzamelaars steekt schril af tegen die van de ouderen. In de jaarlijkse top honderd van belangrijkste Nederlandse kunstenaars van stichting Kunstweek – gebaseerd op omvang en waarde – zijn „geen jonge verzamelaars die een opname in de lijst rechtvaardigt”, aldus voorzitter David Polak.

Zien de verzamelaars hun collectie als een investering? „Ik zou liegen als ik zei dat dit geen enkele rol speelt”, zegt Freddy Insinger. Maar, wees realistisch, zegt hij. „Kunst is het tegenovergestelde van goud. Het heeft nul intrinsieke waarde. Op een kunstbeurs is negentig procent van wat je ziet in de toekomst niks meer waard en de kunstenaar vergeten. Ik koop alleen kunst als ik de boodschap van de maker echt interessant vind.”

Verliefd worden

Vrijwel elke jonge verzamelaar zegt dat het aanschaffen van een werk een emotionele reactie oproept. Zo ook Menno Pijpers (26) uit Rotterdam, die per jaar tussen de drie- en vijfduizend euro aan kunst besteedt. „Ik voel me trots als ik een werk koop. Het is een heel persoonlijk proces, dat je kunt vergelijken met iemand versieren. Er heel erg verliefd op worden en de dag dat ze dan mee naar huis mag, ben je heel blij.” Zijn verzameling bestaat uit ongeveer 20 stukken, waaronder een multimediaal werk en een houtskooltekening.

Ondertussen hebben Julia Mullié en Nick Terra zojuist hun nieuwste aanwinst per transport uit Berlijn ontvangen: een werk van Olga Balema: een PVC-matras gevuld met water en objecten, die door de roest van kleur verandert. Waar hij in huis komt te staan? Terra: „We hebben geen plek meer.

VIJF TIPS VOOR WIE OOK WIL GAAN VERZAMELEN

1. Bepaal je smaak. Hou je meer van Oude Meesters of fotografie? Sculpturen of videokunst? Bezoek beurzen, exposities en galeries. Vind je deze drempel te hoog? Maak dan een profiel aan op Artsy. Deze site raadt op basis van algoritmes kunst aan die bij je smaak past.

2. Vraag advies. Ga na of je iemand kent die al kunst heeft gekocht. Of volg een workshop bij My first art collection (550 euro) of fotografiemuseum FOAM.

3. Bepaal je budget. Foto’s en werken in oplages zijn vaak voor enkele honderden euro’s te koop. Werk van beginnend kunstenaars begint bij 1 á 2.000 euro. Vind je dat te veel? Dan bestaat er de KunstKoop-regeling, een rentevrije lening speciaal voor aankopen. Ook kun je een kunstuitleen proberen.

4. Pas op voor hypes. Houd je aan je budget. Laat je op een veiling niet meeslepen door een zogenoemde ‘auction fever’.

5. Stel je verwachtingen bij. Het is fantastisch als de kunstenaar wiens werk je kocht ineens het tienvoudige waard is. Maar dat gebeurt bij slechts een heel klein deel. Beoordeel dus vooral of je echt geïnteresseerd bent in het werk zelf.

Bron NRC 26-08-2016

tekst Jonas Kooyman foto’s David Galjaard